Ingredinten
In deodorants worden stoffen gebruikt die de groei van huidbacteriën remmen. Daarnaast bevatten ze parfums die geuren afdekken. Deodorants bevatten ook stoffen die zich binden aan de stoffen die lichaamsgeuren veroorzaken.

Bacterieremmende stoffen
Bacterieremmende middelen zijn triclosan, chloorhexidine en TTC (3,4,4’-trichloorcarbanilide). Ook veel etherische oliën zoals menthol en tijm hebben bacterieremmende eigenschappen. Andere stoffen zijn farnesol en fenoxyethanol en glycerinemonolaureaat (GML). Diglycerinemonocaprinaat (DMC) werkt specifiek op corynebacteriën. Er wordt vaak een combinatie van stoffen gebruikt die elkaars werking versterken.

Enzymremmers
Deodorants bevatten ook stoffen die de omzetting van zweet in geurstoffen remmen, enzymremmers. Ze grijpen vooral aan op lipase zonder de bacteriën te beschadigen. Voorbeelden hiervan zijn citroenzuurdiethylester en zinkglycinaat.

Stoffen die de huid samentrekken
Anti-transpiratieproducten bevatten stoffen die de huid samentrekken en de uitgangen van de zweetklieren blokkeren. Zo verminderen ze de hoeveelheid zweet die vrijkomt.

Voorbeelden van stoffen die de huid samentrekken (adstringentia) zijn aluminiumchlorohydraat (ACH) en aluminium-zirkonium-tetrachloro-glycine complex (ZAG).
ACH is een fijn poeder dat goed in water oplost. De stof vormt een zure oplossing en remt op die manier de groei van bacteriën.

Ook bevatten deodorants en anti-transpiratieproducten hulpstoffen zoals stabilisatoren en schuimremmers.