Opbouw van de huid
De huid is opgebouwd uit verschillende lagen. De buitenste laag wordt opperhuid genoemd, de tweede laag heet lederhuid en daaronder ligt de onderhuid. De huid is op sommige plaatsen, zoals ons voorhoofde en de oogleden, heel dun en op andere plaatsen zoals onze voetzolen en handpalmen, dik.



De opperhuid
De opperhuid bestaat uit huidcellen die in laagjes op elkaar gestapeld liggen. Nieuwe huidcellen ontstaan onderin de opperhuid en schuiven dan langzaam naar de oppervlakte. Daar doen ze twee tot vier weken over. Als ze de oppervlakte hebben bereikt, sterven ze af en vormen ze het buitenste laagje van de huid, de hoornlaag. De hoornlaag heeft een belangrijke taak bij het regelen van het vochtgehalte en de soepelheid van onze huid.

De lederhuid
De tweede laag van de huid heet lederhuid en bestaat vooral uit elastische vezels. De vezels worden gemaakt door de cellen die in de lederhuid liggen. Ze zorgen voor de veerkracht van de huid. In de lederhuid liggen verder bloedvaatjes, talgklieren, haarzakjes, huidspiertjes, zenuwen en zweetklieren.

De onderhuid
De derde laag is de onderhuid of het onderhuids vetweefsel. Dit is een netwerk van vezels en vetcellen. De onderhuid is een warmte-isolerende laag en beschermt ons tegen afkoeling. In de vetcellen wordt het reservevet van ons lichaam opgeslagen, zodat de onderhuid ook een energieopslagplaats is. Hij dient verder als stootkussen en beschermt de spieren en botten tegen klappen of stoten van buitenaf.

Bloedvaten en zenuwen
Net als andere delen van het lichaam heeft ook de huid voedingsstoffen nodig. Deze krijgt hij via de kleine bloedvaatjes die in de lederhuid en de onderhuid lopen. De huid heeft ook nog een ander soort bloedvaten, die speciaal bedoeld zijn om de warmte van onze huid te regelen.

In de huid lopen twee soorten zenuwen. De gevoelszenuwen waarschuwen ons voor pijn, kou, warmte en aanraking. De andere zenuwen, die onwillekeurige zenuwen worden genoemd, zorgen voor de werking van onze bloedvaten en huidspiertjes. Deze zenuwen zorgen bijvoorbeeld dat we kippenvel krijgen, waarbij de haartjes op de huid rechtop gaan staan.

Talgklieren
In de huid bevinden zich bijna overal talgklieren, behalve op onze handpalmen en voetzolen. Op het gezicht, de schouders en rug zijn de meeste talgklieren. Talgklieren maken talg, ook wel huidvet genoemd. Huidvet beschermt de huid tegen uitdroging en tegen de groei van bacteriën.

Zweetklieren
Zweetklieren komen bijna overal in de huid voor. Er zijn twee soorten zweetklieren. De ene soort heet eccriene zweetklieren. Deze maken een waterig zweet dat zich als een laagje over ons hele lichaam verdeelt, vooral op de handpalmen en voetzolen, het voorhoofd en de oksels. Dit zweet dient om ons lichaam af te koelen, bijvoorbeeld als we in een warme omgeving zijn, of als we sporten.

De andere soort heet apocriene zweetklieren. Deze bevinden zich alleen in de oksels, op de tepels en de geslachtsorganen. Deze zweetklieren maken een ander soort zweet. Dit zweet bevat vet en bepaalt onze persoonlijke lichaamsgeur.