Opbouw van het gebit
De tanden zijn belangrijk bij het eten. Eén van de belangrijkste functies van het menselijk gebit is het voorverwerken van voedsel door te kauwen. De tanden sturen de kauwspieren aan.

Vooraan in het gebit liggen de vier snijtanden. Naast de snijtanden ligt aan weerszijden een hoektand. De hoektanden sturen de zijwaartse beweging van onze kaken. Achter de hoektanden liggen twee soorten kiezen. Aan elke kant liggen twee kleine kiezen en drie gewone kiezen waarmee we ons eten vermalen.

Kinderen hebben een melkgebit met minder kiezen. Het melkgebit gaat hoogstens twintig jaar mee. Wanneer we ‘wisselen’ valt het melkgebit geleidelijk uit om plaats te maken voor volwassen tanden en kiezen.

Onze tanden zitten met hun wortels vast in het kaakbot. De kaak en een deel van onze tanden zijn bekleed met tandvlees. Het zichtbare gedeelte van onze tanden en kiezen wordt de kroon genoemd. De buitenste laag van de kroon bestaat uit tandglazuur. Onder het glazuur ligt het tandbeen en binnenin ligt het tandmerg, waarin de tandzenuw loopt.

De glazuurlaag loopt door tot waar de tand omgeven wordt door het tandvlees. Op de overgang van tandkroon naar tandwortel ligt het tandvlees als een ring om de tand heen. Dit gedeelte heet tandhals. De rest van de tand, de tandwortel, ligt in de kaak en is niet van buitenaf zichtbaar.

Tandglazuur
Tandglazuur is het hardste materiaal dat ons lichaam kan maken. Op de kauwvlakken van onze kiezen en snijvlakken van de tanden is het glazuur 2 tot 3 mm dik, op de tandhals is het veel dunner. Het heeft een grijze, blauwe of gele kleur, maar is voornamelijk doorzichtig.

De kleur die onze tanden hebben, is vooral afhankelijk van de kleur van het tandbeen dat onder het glazuur ligt. Tandbeen heeft een gelige kleur. De kleur kan variëren en daarom heeft de ene persoon van nature wittere tanden dan de ander.

Glazuur bestaat voor 95% uit hydroxylapatiet, voor 2% uit water en voor 3% uit anorganisch materiaal zoals natrium-, kalium-, selenium- en fluorverbindingen.

Ons glazuur slijt en wordt steeds weer opgebouwd. Het speeksel voert hiervoor de bouwstoffen aan. Er is steeds een uitwisseling van stoffen aan de gang tussen het speeksel en het glazuur.

Er vindt een continue uitwisseling plaats van calcium-ionen en fosfaat-ionen tussen het tandglazuur en het speeksel.

Tandbeen
Tandbeen lijkt op onze botten. Als het bloot zou liggen, zou het snel worden aangetast door zuren en bacteriën. Het wordt daarom bij de tandkroon beschermd door de glazuurlaag.

Tandwortel en parodontium
De tandwortel wordt vanaf de glazuurgrens tot de wortelpunt bedekt door een laag die wortelcement heet. Als het wortelcement bloot komt te liggen, bijvoorbeeld door terugtrekkend tandvlees, kan het worden aangetast door bacteriën en schadelijke stoffen.
De wortel ligt vast verankerd in het kaakbot. De structuren waarmee de wortel in de kaak vastzit heten samen het parodontium.

Tandvlees
Gezond tandvlees ligt in een scherpe hoek tegen onze tand en kiezen aan, is bleekroze en heeft bobbeltjes zoals de schil van een sinaasappel. Rond de tandhalzen vormt het tandvlees een dichte ring. Die dichte ring tandvlees voorkomt dat allerlei bacteriën uit de mondholte in contact komen met de tandwortels en het wortelcement.

Wanneer de tanden niet goed worden schoongehouden, kunnen er problemen en ziektes van het gebit ontstaan.

Lees meer over gebitsproblemen

Lees meer over mondverzorging