Arbowet en Arbobesluit

In de Arbowet is de algemene verplichting van een werkgever vastgesteld: “De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden”. Een onderdeel om deze verplichting na te komen is dat een inventarisatie en evaluatie van de risico’s die de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt uitgevoerd moet zijn. Een groot deel van deze risico-inventarisatie en –evaluatie (hierna RI&E genoemd) wordt vanuit de Europese REACH-regelgevingal door andere spelers in de keten gedaan, met het idee de lasten voor het aantonen van veilig gebruik van chemische stoffen en mengsels te verdelen.

Concrete regels voor het nakomen van de Arbowet zijn vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit, kortweg Arbobesluit. Hoofdstuk 4 van dit besluit beschrijft de voorschriften voor het vaststellen van veilig gebruik van gevaarlijke stoffen. Onder “gevaarlijke stoffen” wordt in dit besluit verstaan: stoffen, mengsels of oplossingen van stoffen waaraan werknemers bij de arbeid worden of kunnen worden blootgesteld die vanwege de eigenschappen van of de omstandigheden waaronder die stoffen, mengsels of oplossingen voorkomen gevaar voor de veiligheid of gezondheid kunnen opleveren. Dit betekent dus dat als er uitsluitend met mengsels gewerkt wordt, een RI&E uitgevoerd dient te worden voor de gevaarlijke eigenschappen van het mengsel. Voor een schoonmaakbedrijf waar uitsluitend met was- en reinigingsmengsels wordt gewerkt, hoeven zich dus niet te buigen over de veiligheid van de individuele chemische stoffen die in het mengsel verwerkt zijn. Dat is de taak van de fabrikant van het product, zoals de REACH regelgeving voorschrijft.

In het kader van de Arbowet heeft de werkgever een zorgplicht: hij moet de gezondheid en veiligheid van werknemers die aan deze stoffen en/of mengsels worden of kunnen worden blootgesteld via doeltreffende maatregelen beschermen. De Arbowet verlangt dat de maatregelen in een bepaalde volgorde worden genomen: eerst bronmaatregelen, als dat niet reëel mogelijk is collectieve maatregelen, vervolgens (als collectieve maatregelen niet reëel mogelijk zijn of niet voldoende bescherming bieden) individuele maatregelen en als uiterste middel persoonlijke beschermingsmiddelen.

Voor gevaarlijke stoffen betekent dit bijvoorbeeld:

• Bronmaatregelen: kan een gevaarlijke stof en/of mengsel vervangen worden door een veiliger alternatief?
• Collectieve maatregelen: kan een afzuiginstallatie geplaatst worden?
• Individuele maatregelen: kan door taakroulatie de blootstelling van individuele werknemers beperkt worden?
• Persoonlijke beschermingsmiddelen: verstrek bijvoorbeeld geschikte handschoenen alsmede instructies hoe deze gebruikt dienen te worden

Om te kunnen bepalen of deze maatregelen nodig zijn, moet de werkgever bepalen welke risico’s aan de stoffen en/of mengsels waarmee in het bedrijf gewerkt wordt verbonden zijn, en in hoeverre werknemers aan de stoffen en/of mengsels worden blootgesteld. Er wordt aan de Arboverplichting voldaan indien de werkgever:

• heeft geïnventariseerd welke gevaarlijke stoffen en/of mengsels gebruikt en gegenereerd worden in het bedrijf en de risico’s die aan de stoffen verbonden zijn
• in het kader van de RI&E de aard, mate en duur van de blootstelling aan deze stoffen en/of mengsels beoordeeld heeft
• doeltreffende maatregelen heeft getroffen ter voorkoming of beperking van deze blootstelling; en
• preventieve maatregelen getroffen zijn ter voorkoming van “ongewilde gebeurtenissen”: een plotselinge, onvoorziene situatie, ongeval, voorval of noodsituatie die gevaar oplevert voor veiligheid en gezondheid van de werknemer of zijn omgeving.